zondag 12 februari 2012

maandag 6 februari 2012

Toepassingskaart 1 - Zelfanalyse 2

06.02.2012

1. Dit is niet heel erg veranderd sinds de vorige keer dat ik deze zelfanalyse heb gemaakt. Degenen die mij hebben gemaakt tot wie ik ben zijn ten eerste mijn ouders. Mijn ouders hebben het er altijd over dat je iedereen hetzelfde moet behandelen wat voor een kleur of achtergrond ze ook hebben. Verder ben ik opgegroeid in een witte wijk en heb ik op een witte basisschool gezeten. De mensen op deze school hebben mij ook gemaakt tot wie ik ben. Door deze mensen was ik nogal onzeker en dit heeft zeker een invloed gehad op hoe ik nu in het leven sta. Doordat ik weet hoe het voelt om je onzeker over jezelf te voelen door anderen, wil ik dit met mijn eigen gedrag bij andere mensen voorkomen.

2. Op dit moment identificeer ik mezelf het meest met mijn familie en mijn vrienden. Zij denken gelukkig over veel dingen hetzelfde als ik, wat ervoor zorgt dat ik me bij hen ook het meest prettig voel.

3. De invloed die mijn ouders op mij hebben gehad wat betreft het gelijk behandelen van iedereen ook al hebben ze een andere kleur of culturele achtergrond dan ik, is iets wat ook terug te zien zal zijn in mijn lesgeven. Ik wil alle kinderen op dezelfde manier behandelen ook al hebben ze misschien een ander kleurtje. Ten tweede is dat onzekere iets wat ook terug te zien zal zijn in mijn lesgeven. Dan niet zozeer dat ik onzeker voor de klas sta, maar dat ik me na afloop afvraag of ik iedereen wel op dezelfde manier behandeld heb en of ik iedereen zo goed mogelijk heb geholpen en dat ik daar dan onzeker over ben. Bovendien denk ik dat ik het eerder zal zien als iemand in de klas niet lekker in zijn of haar vel zit, omdat hij of zij zich onzeker voelt.

4a. Ja, ik vind van mezelf dat ik een open leefhouding heb, waarbij ik zeker andere normen en waarden respecteer. Zoals ik bij mijn vorige zelfanalyse ook heb gezegd, vind ik het alleen nog steeds lastig als mensen vanwege hun normen en waarden vinden dat moslims maar weg moeten uit Nederland, omdat Nederland vol is of dat homo’s niet met elkaar mogen trouwen om dat dan te accepteren. Ik respecteer het wel, maar voor mijn gevoel kan ik dat niet accepteren. Ik hou dit dan wel voor mezelf.
b. Na het lezen van het boek ‘van alles wat meenemen’ denk ik dat ik wel redelijk in staat ben om cultuurverschillen te overbruggen. Ik heb nu een beeld van hoe deze kinderen zijn opgevoed en hier kan ik in mijn lessen later gebruik van maken. Bovendien vind ik zelf verschillende culturen enorm interessant, dus kan ik dit ook enthousiast overbrengen.
c. Ook na dit thema Kleur denk ik dat ik nog niet echt in staat ben om leerlingen te begeleiden in hun culturele identiteitsvorming. Ik denk wel meer dan voor dit thema. Ik denk dat ik nu wel in staat ben om met de kinderen in gesprek te gaan over hun cultuur en hen hierin te begeleiden, maar daarvoor vind ik dat ik mij nog wel iets meer moet verdiepen in de verschillende culturen.

5. Ja, ik denk dat ik wel een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de basisschool. Ik ben zelf zoals eerder gezegd erg geïnteresseerd in andere culturen en wil hier later in mijn klas ook aandacht aan besteden. Dit zou dan mijn speciale bijdrage zijn.

6a. De uitdagingen die ik zie in de huidige maatschappij zijn niet veranderd met wat ik in mijn vorige analyse heb gezegd. Ik zie het nog steeds als een uitdaging om later in mijn klas als er verschillende culturen zijn, deze culturen samen te brengen.
b. Ook de bedreigingen zijn nog steeds niet veranderd. Mensen die bekrompen denken, zie ik echt als een bedreiging voor de huidige maatschappij. Als mensen niet naar elkaar willen luisteren en alleen maar afgaan op het uiterlijk, is iets wat naar mijn idee de huidige maatschappij kan bedreigen.

7. Na het lezen van het boek van alles wat meenemen is mijn mening hier wel redelijk over veranderd. Ik vind nog steeds dat het handig is voor de mensen die integreren om de Nederlandse taal leren, omdat dit zoveel makkelijker voor henzelf is, maar ik denk dat integratie van twee kanten moet komen. Ik denk dat er vanuit ‘onze’ kant meer aan gedaan kan worden om deze mensen te helpen met integreren. Niet door deze mensen een inburgeringcursus, maar door met elkaar in gesprek te gaan en elkaar op die manier te helpen.

8. Ik ben voornamelijk nieuwsgierig naar andere religies. Ik ben benieuwd wat er in een tempel allemaal gebeurd, waarom moslims zich reinigen voordat ze de moskee binnen gaan en of er ook een bepaald ritueel in deze reiniging zit. Ik zie het zeker niet als een bedreiging.

9. Dit is iets wat sinds mijn vorige zelfanalyse niet veranderd is. Mijn beste vriendinnetje is nog steeds half-Indisch en de kennissen en vrienden van een andere cultuur die ik heb zijn er ook nog steeds. Ik zie het nog steeds niet als mensen met een andere cultuur dan mijzelf, maar ik zie ze gewoon als mijn vrienden.

10. De gesprekken die ik dit semester ben aangegaan met kinderen met een andere culturele achtergrond hebben mij er des te meer van overtuigd dat kinderen wat voor een achtergrond ze ook hebben, kinderen blijven. Ze vinden dezelfde dingen leuk, hebben ook een hekel aan dezelfde dingen en vinden het vooral fijn om lekker te kletsen. Wat mij wel is bijgebleven, is een gesprek met een moeder. Er was een afscheidsfeest voor mij op de Jonge Wereld georganiseerd, maar daarbij werd gelijk de verjaardag van de juffen gevierd. Deze moeder dacht dat ik ook jarig was en zei: gefeliciteerd. Ik wist eerlijk gezegd niet hoe ik daarop moest reageren anders dan dank je wel zeggen. Hieruit blijkt wel dat je echt moet letten op je taalgebruik of wat je op een uitnodiging zet, zodat het ook begrijpelijk wordt voor mensen met een andere cultuur.