woensdag 30 november 2011

Toepassingskaart 1 - Zelfanalyse

30.11.2011

1. Ik kom van een achtergrond waarbij mijn ouders mij altijd hebben gesteund in wat ik doe. Zij hebben mij opgevoed met het idee dat je iedereen hetzelfde is en dat je iemand niet anders moet behandelen omdat hij of zij toevallig een andere kleur heeft. Mijn ouders zijn wel de mensen die de grootste invloed op mij hebben gehad en die mij nu hebben gemaakt tot wie ik ben. Verder hebben de mensen op vooral de basisschool mij gemaakt tot wie ik ben. Ik was niet het meest populaire meisje in de klas en had dan ook weinig vrienden. Dit maakte mij zeker in groep 7 en 8 erg onzeker over mezelf, hoe ik eruitzag en of ik wel aardig genoeg was. Dit is sinds ik op de hogeschool zit gelukkig veel minder en ik ben nu veel minder onzeker, maar ook dit heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben.

2. Ik identificeer mij op dit moment het meest met mijn familie en vrienden. Als deze mensen zouden zeggen dat ik iets niet zou moeten doen, dan zou ik toch twee keer nadenken of ik het wel of niet doe.

3. De manier hoe ik ben opgevoed met het idee dat iedereen hetzelfde is en dat je ze ook hetzelfde moet behandelen en het feit dat ik vroeger erg onzeker was, hebben zeker een bepaalde invloed op mijn lesgeven. Ook tijdens het lesgeven probeer ik ieder kind op dezelfde manier te behandelen. Het onzeker zijn komt af en toe terug in mijn manier van lesgeven als ik het gevoel heb dat het niet lekker gaat. Dan word ik onzeker en maak ik des te meer fouten.

4a. Ik vind dat ik van mezelf wel een open leefhouding heb. Waar ik mij alleen wel aan kan irriteren is als mensen bij hun normen en waarden hebben dat homo's bijvoorbeeld niet mogen trouwen en dus niet iedereen gelijk zijn. Ik respecteer de andere waarden en normen dan wel, ik vind het alleen erg lastig om zoiets te accepteren.
4b. Ik ben in mijn ogen wel in staat om cultuurverschillen te overbruggen. Ik sta er open voor om meer te leren over andere culturen en vind dit alleen maar interessant.
4c. Ik vind mijzelf op dit moment nog niet in staat om leerlingen die een andere culturele achtergrond hebben dan ik te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming. Ik vind dat ik hiervoor nog te weinig weet van deze verschillende culturen.

5. Ja, ik denk het wel. Ik zou met mijn klas veel in gaan op de verschillende culturen die er zijn en hier met de kinderen over praten. Wanneer het bijvoorbeeld de Ramadan is, zou ik hier speciaal aandacht aan besteden.

6a. Door de verschillende culturen die nu in Nederland zijn, zullen er uiteindelijk ook veel verschillende culturen in mijn klas komen. Ik zie het als een uitdaging om met al deze verschillende culturen en verschillende kinderen de klas een eenheid te laten worden, waarbij iedereen op een fijne manier omgaat met deze verschillen.
6b. Mensen die bekrompen denken over andere culturen en deze culturen niet accepteren, zie ik als een bedreiging van de samenleving. Hierdoor zullen de mensen met een andere culturele achtergrond dan de 'Nederlandse' achtergrond zich naar mijn idee minder op hun gemak voelen in Nederland en in het ergste geval zelfs weggaan uit Nederland.

7. Ik vind het belangrijk dat zodra deze mensen in Nederland zijn zij de Nederlandse taal gaan leren, maar dan niet zozeer voor mij, maar meer voor zichzelf. Dat ze zich kunnen redden in deze samenleving en dat ze zichzelf verstaanbaar kunnen maken en ook andere mensen kunnen verstaan, is denk ik het belangrijkste voor de integratie van allochtone groepen.

8. Ik ben geinteresseerd in andere religies dan de religies die ik goed ken. Ik ben benieuwd naar wat het inhoudt en hoe deze mensen hiermee omgaan.

9. Mijn beste vriendinnetje heeft een Indische achtergrond en verder heb ik ook andere vrienden en kennissen met een andere culturele achtergrond. Om nu een getal te noemen vind ik lastig. Vooral omdat ik hier niet zo bij stil sta, ik zie het gewoon als mijn vrienden en kennissen en niet als mijn Nederlandse vrienden en kennissen en mijn vrienden en kennissen met een andere culturele achtergrond. Als ik het dan in procenten moet zeggen denk ik dat 60% van mijn vrienden en kennissen Nederlands is en 40% een andere cultuur heeft.

10. Door vooral gesprekken met kinderen met een andere culturele achtergrond te hebben gehad, heeft dit op mij als invloed gehad dat ik er meer en meer achterkom dat alle kinderen op dezelfde manier denken en zich over dezelfde dingen druk maken. Er is bij kinderen in mijn ogen niet echt sprake van een andere culturele achtergrond.

Themabijeenkomst 1 - Reflectie

Na het volgen van deze eerste bijeenkomst met alle informatie die we hebben gekregen, ben ik echt geinspireerd geraakt om aan de slag te gaan met dit thema.

Mijn eigen leerbehoeften
De vragen die ik deze periode beantwoord zou willen zien, zijn:
- Hoe kan ik op een pedagogisch verantwoorde manier omgaan met de verschillende culturen in mijn klas?
- Hoe kan ik deze verschillende culturen integreren in mijn lessen?
- Op welke manier kan ik in mijn lessen meer aandacht besteden aan de talenten en kansen van de kinderen in mijn klas?

Specifieke OK terrein
- Ik wil mij gaan ontwikkelen in het geven van zaakvakken waarbij ik rekening houd met de verschillende culturen in mijn klas.
- Wanneer ik met mijn klas zou gaan discussieren over dit thema, zou ik mij willen ontwikkelen tot een gespreksleider die de touwtjes goed in handen heeft, maar die de kinderen ook de vrijheid geeft om te zeggen wat ze willen.
- Dit is misschien geen specifiek OK terrein, maar ik wil mij ook ontwikkelen tot een juf die meer let op de talenten en mogelijkheden van de kinderen.

5 concrete leerdoelen
- Aan het eind van deze periode wil ik lessen hebben gegeven waarbij ik heb gelet op de verschillen op cultureel en sociaal-economisch gebied in mijn klas.
- Aan het eind van deze periode heb ik meer gelet op de talenten en mogelijkheden van de kinderen in mijn klas en ben ik hier ook bewuster mee omgegaan in mijn lessen.
- Aan het eind van deze periode ben ik mij meer bewust geworden van eventuele vooroordelen en misconcepties die ik heb.
- Aan het eind van deze periode heb ik meer mijn mening weten te onderbouwen ten aanzien van verschillende maatschappelijke onderwerpen.
- Aan het eind van deze periode weet ik beter hoe ik een gesprek aan kan gaan met ouders die een andere culturele achtergrond hebben dan ik.