vrijdag 13 januari 2012

Toepassingskaart 7 - De wereld door de ogen van...

- Wat komt hij tegen in onze basisschool, thuis, de wijk enzovoort?
Volgens van Keulen, van Beurden en Pels (2010) hebben Turkse ouders voornamelijk contact met landgenoten. Dit kan bijvoorbeeld familie in Nederland zijn waar deze ouders intensief contact mee hebben. Turkse kinderen zullen dus thuis en in hun wijk voornamelijk in contact komen met Turkse mensen.
Op onze basisschool komen de kinderen ook in contact met andere culturen.

- Hoe gaat hij/zij om met verschillen in opvoeding?
Van Keulen et al. (2010) stellen dat de opvoedingstaken in een Turks gezin gelijkwaardig zijn verdeeld. Traditionele vrouwelijke taken worden nog steeds door de vrouwen gedaan, traditionele mannen taken worden steeds meer door beide ouders gedaan. Volgens van Keulen et al. (2010) wordt er thuis in Turkse gezinnen heel veel waarde gehecht aan prestatie in een vorm van het behalen van een goede opleiding en een goede baan. Daarnaast zijn conformistische doelen ook erg belangrijk. Hieronder valt respect voor ouders en ouderen, goede manieren, gehoorzaamheid, eerlijk en betrouwbaar zijn en goed met anderen kunnen omgaan. Thuis wordt minder waarde gehecht aan autonomie.
Op school wordt er juist wel veel aandacht besteed aan autonomie, zelfstandigheid. Volgens van Keulen et al. (2010) staan een aantal ouders hier afwijzend tegenover. De ouders zien de school naast een plek om te leren ook als een plek waar kinderen sociale vaardigheden en discipline wordt bij gebracht. Van Keulen et al. (2010) stellen dat Turkse ouders hiervoor meer verantwoordelijkheid leggen bij de school dan Nederlandse ouders.

- Welke kansen heeft hij/zij?
Volgens van Keulen et al. (2010) zien de meeste Turkse ouders de toekomst van de kinderen met zorg tegemoet. Ze vragen zich af, of hun eigen kind in het onderwijs en later tijdens het werken, wel dezelfde kansen krijgt als een Nederlands kind. Ze zijn bang dat hun kind afdwaalt van het rechte pad. Deze kinderen lijken bovendien volgens van Keulen et al. (2010) meer onderwijs- en gedragsproblemen te hebben. Dit heeft onder andere te maken met stressvolle situaties deze kinderen opgroeien. Veel kinderen groeien op in een gezin waar de ouders afhankelijk zijn van een uitkering. Er is dus veel sprake van geldzorgen.
Het kind krijgt op de basisschool dezelfde kansen en mogelijkheden als een Nederlands kind. Hij/zij wordt bij alles betrokken in de lessen, op dezelfde manier als een Nederlands kind.

- Welke vormen van beeldvorming(bijvoorbeeld vooroordelen met betrekking tot bevolkingsgroep) kan hij/zij tegen komen?
Volgens van Keulen et al. (2010) bleek uit het onderzoek wat is uitgevoerd, dat een minderheid van de ouders heeft gezegd dat hun kinderen in het afgelopen jaar zijn gediscrimineerd. Wanneer er wel gezegd is, dat hun kinderen gediscrimineerd zijn, gaat het hierbij dan voornamelijk om pesten en schelden door klasgenootjes, maar ook discriminatie door leerkrachten komt voor. Ouders leren hun kinderen hiermee omgaan, door van zich af te bijten als het om een leeftijdsgenoot gaat. Zodra het om een leerkracht gaat die discrimineert adviseren de ouders volgens van Keulen et al. (2010) dat de kinderen hun respect moeten behouden ten opzichte van hun docent. De ouders lossen het dan liever zelf op door contact op te nemen met de school.
Wij gaan er met alle kinderen van de klas over praten, hoe je op een goeie manier met elkaar omgaat. Daar maken wij ook afspraken over met de hele klas. Wij zullen als docent nooit discrimineren.

- Hoe kijkt het kind aan tegen zijn/haar cultuur en/of levensbeschouwing?
Van Keulen et al. (2010) zeggen dat jonge kinderen veel worden geknuffeld en vastgehouden door hun ouders. Complimentjes worden gegeven en straffen komt niet veel voor. De meest voorkomende straf is kinderen naar een andere ruimte sturen. Fysieke straffen komen weinig voor. Volgens van Keulen et al. (2010) vinden de ouders het belangrijk dat hun kinderen Turks blijven. Dat houdt in dat ze goed Turks kunnen spreken en gehecht blijven aan Turkije. Ook respect hebben voor jezelf als Turk is hierbij belangrijk. Het Islamitisch geloof is belangrijk, vasten tijdens de ramadan komt voor. Bijna de helft van de kinderen van gezinnen die zijn onderzocht zijn naar een Koran school gegaan.
Wij gaan met het geloof van het kind met respect om en stellen als daar de mogelijkheid voor is belangstellende vragen over. We gaan met het kind soms dieper in op zijn/haar geloof, door er een gesprek mee te voeren.

- Welke invloed heeft cultuur en/of levensbeschouwing op de ontwikkeling van onze leerling?
De ouders zijn erg prestatiegericht, dus de leerling zal zich daar iets van aantrekken, want ook respect naar ouders en ouderen zit daarbij. Dit komt ook door de trotsheid die zij hebben in hun geloof. Het kind zal minder zelfstandig zijn als een Nederlands kind, omdat hier veel minder aan dacht aan wordt besteed. Volgens van Keulen et al. (2010) wordt het hebben van verkering bij zowel jongens als meisjes afgekeurd. Op sociaal-emotioneel gebied is het mogelijk dat de kinderen daardoor een achterstand hebben.
Wij pleiten ervoor om jongens en meisjes met elkaar gemengd te laten leren en spelen, dit komen ze in het dagelijks leven ook tegen.

- Hoe beleeft het kind zijn/haar omgeving?
Dit kind heeft respect tegenover ouders en ouderen. Het kind vindt prestatie op school en naar de moskee gaan om daar te leren over de Islam belangrijk. Het kind kan het lastig vinden om zelfstandig om iets in zijn omgeving te doen, omdat dit wordt afgekeurd in zijn/haar cultuur. Het kind vind het moeilijk om met een kind van het andere geslacht om te gaan, omdat dit ook afgekeurd wordt.
Wij proberen het kind te begeleiden in de dingen die hij moeilijk vind, en daarnaast willen wij hem/haar helpen bij het ontwikkelen van de talenten van het kind.



Hieronder nog twee punten die hierboven niet meer tussen paste, maar die we wel bij deze toepassingskaart wilden vermelden.

De rol van de ouders:
We willen de ouders meer betrekken in de klas, zodat ze betrokken zijn bij de prestatie en ontwikkeling van het kind, dat vinden zij belangrijk. Ze zien dan ook hoe het er in de klas aan toe gaat.

Wat hebben wij nodig om ons werk goed te doen?:
Dat de school of de overheid een methode ontwikkeld die ons helpt in het begeleiden van kinderen met een andere cultuur, zodat zij elkaar leren te begrijpen.

Literatuur:

Van Keulen, A., van Beurden, A. & Pels, T. (2010). Van alles wat meenemen. Diversiteit in opvoedingsstijlen in Nederland. Bussum: Uitgeverij Coutinho. 3e druk

Geen opmerkingen:

Een reactie posten