zondag 29 januari 2012

Toepassingskaart 8 - Nederlands als tweede taal: woordenschatdidactiek

Vooraf

Mening over het win win model:
Ik denk dat het win win model met de verschillende fasen per les een hele effectieve manier is om kinderen de woorden die ze moeten weten goed aan te leren. Ze zijn drie lessen met dezelfde woorden bezig, dus die blijven na de derde les denk ik wel hangen.
Wat me opviel is voornamelijk les drie: toepassen van het geleerde door vooral de kinderen veel te laten praten met deze woorden. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik nooit ergens heb gezien dat de kinderen NA het lezen van een tekst nog een keer met de woorden aan de slag gaan. Toch zullen ze hier naar alle waarschijnlijkheid wel het meeste van oppikken, omdat ze dan echt bezig zijn met deze woorden.
Drie lessen met dezelfde woorden bezig zijn, is denk ik wel gelijk wat mij tegenstaat aan het win win model. Hoewel het in het boek Taal een zaak van alle vakken de uitwerking van het win win model erg mooi is beschreven, denk ik toch dat er uiteindelijk te weinig tijd is om dit zo uitgebreid in je klas te doen. Bovendien vraag ik me af of het de kinderen niet gaat irriteren om telkens met dezelfde woorden bezig te zijn. Dat ze na de tweede les zoiets hebben van: ja, maar juf deze woorden kennen we allemaal al.

Tips
Ik denk niet echt dat er tips zijn die nog toegevoegd kunnen worden. De tips die er staan, zijn wat mij betreft wel voldoende.
De tip van het spiekbriefje zou ik achterwege laten. Ik zou dan namelijk alleen maar naar dat blaadje kijken en voor de klas staan en dan hopen dat ik niets vergeet. Wanneer ik dan wel wat zou vergeten, zou ik de draad van mijn verhaal kwijt zijn. Ik zou dus geen spiekbriefje bij me hebben, maar kort van tevoren nog even bekijken welke woorden je ging gebruiken en dan je les geven.

Hieronder volgt de lessenserie die ik heb ontworpen op basis van het winwinmodel.

Doelformulering

Taal-zaakvakles: Het Romeinse Rijk
Tekst: Romeinen in Nederland
Uit hoofdstuk: Brandaan thema 2 les 1
Pagina: 30 -33

De essentie (Wat moeten de kinderen leren? Noteer in kernwoorden.)
Het Romeinse Rijk:
- Wat is het?
- Wie zijn die Romeinen?

Te behandelen processen en fenomenen
Hoe de Romeinen in Nederland zijn gekomen en hoe ze zijn gebleven.

Te behandelen woorden:
Germanen, Romeinse Rijk, Romeinse limes, legerkampen, stammen, wachttorens, legioenen, villa

Doelen
Vakinhoudelijke doelen:
- De kinderen leren dat er Germaanse stammen in Nederland leefden.
- De kinderen leren dat een deel van Nederland tot aan de Rijn bezet werd door de Romeinen
- De kinderen leren dat de Romeinen de grenzen van hun rijk met wachttorens en legerkampen goed beschermden.

Taaldoelen:
- De kinderen begrijpen de woorden Germanen, Romeinse Rijk, Romeinse limes en legerkampen.
- De kinderen kunnen met begrip de tekst lezen.

____________________________________

Lesbeschrijvingsformulier

Taal-zaakvakles: Het Romeinse Rijk
Materialen:
- filmpje over het Romeinse Rijk
- veel verschillende platen: sommige platen passend bij het Romeinse Rijk, andere platen passend bij nu


Les 1: Ervaringscontext aanbrengen

Voor
Leerkrachtactiviteiten:
De leerkracht heeft een map bij d’r waar allemaal platen inzitten die de woorden representeren. Ze laat deze woorden veelvuldig horen. Vervolgens laat de leerkracht een filmpje zien over het Romeinse Rijk. De leerkracht vraagt nadat de kinderen het filmpje hebben gezien:
- Wat heb je gezien?
- Heb je weleens eerder zoiets gezien?

Leerlingactiviteiten:
- De leerlingen luisteren.
- De leerlingen overleggen met elkaar.
- De leerlingen geven antwoord op de vragen.

Tijdens
Leerkrachtactiviteiten:
De leerkracht legt de opdracht uit die de kinderen moeten doen. Ze legt een envelop op tafel met allemaal verschillende platen. De kinderen moeten de platen of onder het woord ‘Romeinse Rijk’ leggen of onder het woord ‘nu’.

Leerlingactiviteiten:
- De leerlingen luisteren.
- De leerlingen werken met elkaar samen en leggen de platen onder of het woord Romeinse Rijk of onder het woord nu.

Na
Leerkrachtactiviteiten:
De leerkracht bespreekt de opdracht samen met de kinderen na. Wanneer de kinderen de platen laten zien, zegt de leerkracht de woorden erbij. Eventueel laat de leerkracht de kinderen reageren op de woorden.

Leerlingactiviteiten:
- De kinderen kijken samen met de leerkracht de opdracht na.
- De kinderen reageren op de woorden die de leerkracht nogmaals benoemt.

___________________________________________________

Taal-zaakvakles: Het Romeinse Rijk
Materialen:
- Lesboek Brandaan blz. 30 - 33
- Werkboek Brandaan blz. 20 - 23


Les 2: Tekst behandelen

Voor
Leerkrachtactiviteiten:
Terugblikken: Samen met de kinderen blikt de leerkracht terug op waar we het de vorige keer over gehad hebben. De platen worden door de leerkracht getoond en de woorden worden benoemd.
Vooruitblikken: De leerkracht introduceert de tekst en laat de kinderen de plaatjes de titel en de kopjes bekijken.
Instrueren: De leerkracht laat de kinderen in tweetallen de tekst lezen en schrijven op wat nieuw voor hen was.

Leerlingactiviteiten:
- De leerlingen kijken en luisteren naar de leerkracht.
- De leerlingen bekijken de tekst en kijken naar de plaatjes en de kopjes.
- De leerlingen schrijven op wat nieuw voor hen was.

Tijdens
Leerkrachtactiviteiten:
De leerkracht kijkt samen met de kinderen naar het eerste tekstfragment en vraagt of de kinderen alles begrepen hebben. De leerkracht vertelt dat de leerlingen de rest van de tekst op dezelfde manier behandelen. Ondertussen loopt de leerkracht rond en begeleidt de kinderen met het lezen door onder andere vragen te stellen. De lerkracht laat de leerlingen de vragen beantwoorden die bij deze tekst horen.

Leerlingactiviteiten:
- De kinderen beantwoorden de vragen van de leerkrachten en stellen eventueel zelf vragen.
- De kinderen lezen de tekst schrijven op wat nieuw voor hun was en maken de vragen die bij deze tekst horen.

Na
Leerkrachtactiviteiten: De leerkracht bespreekt de tekst en de vragen met de kidneren. Ze laat de woorden klinken die in de tekst aan bod zijn gekomen. Ze vraagt wat nieuw was en wat de kinderen al wisten.

Leerlingactiviteiten:
- De kinderen luisteren naar de leerkracht, ze lezen voor wat ze genoteerd hebben bij de vragen en de kinderen beantwoorden de vragen van de leerkracht.

________________________________________________________________

Taal-zaakvakles: Het Romeinse Rijk
Materialen:
- tekenblaadjes
- kleurpotloden
- plaatjes van de woorden die in de vorige lessen zijn voorgekomen.

Les 3: Laten toepassen van het geleerde
Voor

Leerkrachtactiviteiten:
Terugblikken: De leerkracht kijkt terug op de vorige twee lessen. Ze laat de platen zien van de vorige lessen en laat de kinderen de platen benoemen en de vragen die ze daarover stelt beantwoorden.
Vooruitblikken: De leerkracht laat nogmaals op een plaat een legerkamp zien en laat het papier en de potloden zien die de kinderen gaan gebruiken.
Instrueren: De leerkracht vertelt dat de kinderen een legerkamp gaan tekenen. Dit legerkamp zullen ze voor de klas gaan presenteren. Hierbij moeten de woorden gebruikt worden die de kinderen tijdens de vorige lessen hebben gehoord en die veelvuldig aan bod zijn gekomen.

Leerlingactiviteiten:
- De leerlingen luisteren naar de leerkracht en de leerlingen beantwoorden de vragen.
- De leerlingen helpen met het uitdelen van de materialen.
- De leerlingen zitten in groepjes en verdelen de taken.

Tijdens
Leerkrachtactiviteiten:
Tijdens het tekenen van de kinderen loopt de leerkracht langs en stelt ze vragen aan de kinderen om de kinderen te stimuleren met elkaar te overleggen hoe ze hun legerkamp nu het beste kunnen maken. Hierbij laat de leerkracht de behandelde woorden gebruiken door de kinderen.

Leerlingactiviteiten:
- De leerlingen zijn het beste legerkamp aan het ontwerpen en bespreken met elkaar wat ze hiervoor moeten tekenen.
- De leerlingen zijn aan het tekenen.

Na
Leerkrachtactiviteiten:
In groepjes vertellen de kinderen aan de hand van hun tekening hoe zij hun legerkamp voor de Romeinen hebben gemaakt. De leerkracht stimuleert de kinderen de woorden te gebruiken die ze in deze lessen hebben geleerd. Er wordt uiteindelijk een legerkamp gekozen die de Romeinen het beste tegen de Germanen beschermen.

Leerlingactiviteiten:
- De kinderen luisteren naar elkaar of leggen voor de klas uit hoe hun ontworpen legerkamp in elkaar zit.
- De kinderen kiezen uiteindelijk het ontworpen legerkamp dat het beste de Romeinen tegen de Germanen zal beschermen.

___________________________________________________________________

Tijdens de stage:
Ik heb helaas maar één les kunnen geven van deze lessenserie en dat was de ervaringscontext aanbrengen. Mijn doel voor de kinderen was deze les dat de kinderen aan het eind van deze les bij de opdracht de plaatjes onder de goede kolom zouden leggen. Dit doel is voor het overgrote merendeel gehaald. De meeste kinderen hadden met hun groepje de goede plaatjes onder de juiste kolom neergelegd.
Het doel dat ik zelf had was tijdens deze eerste les het goed overbrengen van de woorden en vooral veel uit mezelf laten komen. Wat mij betreft heb ik mijn doel wel gehaald. Ik liet veel uit mezelf komen, maar ik merkte toch dat ik de kinderen sneller het woord wilde geven. Dat ik de kinderen wilden laten praten en hen de woorden wilde laten uitleggen. Dit moet je alleen niet doen tijdens een eerste les op basis van het win win model.

Na de stage:
Om een reflectie op de lessenserie te geven, gaat dus lastig, omdat ik maar een les heb gegeven. Wat ik wel denk is dat als ik de hele lessenserie had gegeven, dat de kinderen aan het eind van deze lessen de woorden hadden kunnen dromen. De doelen die ik had opgesteld voor deze hele lessenserie, waren:
- De kinderen begrijpen de woorden Germanen, Romeinse Rijk, Romeinse limes en legerkampen.
- De kinderen kunnen met begrip de tekst lezen.
Als het rooster mij het had toegelaten en ik alledrie de lessen had kunnen geven, denk ik dat de kinderen deze doelen wel bereikt hadden.

Mijn mening over het winwin model is voor het grootste deel gelijk gebleven. Ik denk dat het winwin model een effectieve manier is om de kinderen de woorden bij te brengen, maar dat je hier in de praktijk te weinig tijd voor hebt. Waar ik wel op moet terugkomen is dat ik dacht dat de kinderen zich zouden irriteren, als ze voor de derde keer met de woorden bezig zouden zijn. Na het ontwerpen van deze lessenserie denk ik niet dat de kinderen zich zullen irriteren. Doordat de kinderen iedere les iets anders met de te leren woorden doen en niet alleen naar de juf hoeven te luisteren, denk ik dat de kinderen zich niet snel zullen irriteren, maar het juist wel leuk zullen vinden. Zeker als ze na de tweede les de tekst hebben gelezen en dit beter hebben begrepen, omdat ze deze woorden in een eerdere les al zijn tegengekomen.

Omdat ik maar één les van deze lessenserie heb gegeven, vind ik mijzelf nog niet competent genoeg om de didactiek van de woordenschatontwikkeling toe te passen in verschillende lessituaties en vakken. Om mij competent te voelen zal ik meer lessen moeten geven op basis van het win win model. Hiervoor zal dus in mijn ogen tijd in het rooster voor vrij gemaakt moeten worden. Zoals gezegd het is enorm tijdrovend, maar ik denk dat de kinderen hier zoveel meer aan hebben. Dit is dus iets om in mijn achterhoofd te houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten