De methode die in mijn klas wordt gebruikt, is Wis en Reken.

1. In de illustraties is aan de ene kant wel diversiteit te zijn, aan de andere kant ook niet. Op de kaft van de boeken staat al een gekleurd kind. Wanneer je naar de afbeeldingen in de boeken kijkt waar kinderen op staan, zie je dat er wel is nagedacht over de verschillende culturen in Nederland. Op de foto’s zie je zowel blanke kinderen als gekleurde kinderen. Wanneer het echter om het rekenen met eten gaat: bijvoorbeeld hoeveel koeken zitten er in dit pak?, dan zie je dat het wel georiĆ«nteerd is op Nederland. De koeken zijn namelijk stroopwafels en er wordt gerekend met pindakaas, hagelslag en kaas. Ook op de allereerste bladzijde van het boek zie je een foto van alleen maar Nederlandse vlaggen. Deze bladzijde ging erom dat er werd gekeken naar hoe verder weg een vlag was, des te kleiner de vlag op de tekening was. Dit hadden dus net zo goed vlaggen van verschillende landen kunnen zijn.
2. Ja, in de boeken zijn gekleurde mensen samen met witte mensen in de afbeeldingen te zien.
3. De contexten zijn herkenbaar voor kinderen uit een andere cultuur. In de contexten van deze sommen worden naar mijn mening geen contexten gebruikt met een culturele inslag. Ieder kind knikkert weleens en ieder kind koopt weleens (met zijn ouders) melk of iets anders uit de supermarkt. Echt sprake van een context die kinderen uit een andere cultuur niet begrijpen, is er eigenlijk niet in deze methode.
4. Na het kijken van de lessen over tijd ben ik er achter gekomen dat er hierbij wordt gekeken naar de westerse cultuur. Bij sommen met een kalender wordt de westerse kalender gebruikt met de westerse indeling.
5. Nee, er worden geen feestdagen genoemd in de rekenboeken van groep 5. Hier zit dus ook geen culturele inslag in.
Onderdeel B.
De context die ik heb gevonden en heb geanalyseerd is de volgende contextsom voor groep 5.
De wolkentoren is 1320 meter hoog. De zonnetoren is 1280 meter hoog. Welk van deze torens is hoger ? Hoeveel hoger ? De ............................ is ............................ meter hoger.
Wat aan deze redactiesom lastig is, is ten eerste het begrip ‘hoog’. Dit kan lastig zijn voor taalzwakke kinderen. Verder kunnen de namen van de torens ook voor verwarring zorgen. Ten slotte denk ik dat de zin ‘welk van deze torens’ en ‘hoeveel hoger’ lastig kunnen zijn om te begrijpen. Ik zou deze context als volgt veranderen, zodat het begrijpelijk wordt voor alle kinderen.
Voordat ik met de kinderen aan de slag zou gaan met deze contextsom zou ik het eerst met de kinderen over hun eigen lengte hebben. Ik zou dus vragen stellen als: hoe lang ben jij? Wie van de twee is langer? Hierbij let ik er dan op dat de kinderen de begrippen lang en langer gebruiken wat ook van toepassing is bij de som die ze gaan maken. Vervolgens kijken we gezamenlijk naar de som.
In Nederland zijn twee hele lange torens. Toren 1 is 1320 meter lang en toren 2 is 1280 meter lang. Welke toren is het langst en hoeveel langer is deze toren dan?
Ik zou de twee torens op het bord tekenen en de kinderen dan vervolgens de som klassikaal laten oplossen waarbij de kinderen moeten beargumenteren waarom ze hebben gekozen voor een bepaalde toren en hoe ze de som dus eigenlijk hebben uitgerekend. Als dit helemaal besproken is, gaan de kinderen vervolgens in tweetallen verder met de rest van de sommen.
Onderdeel C.
Bij de les die ik heb gekozen moeten de kinderen topscoresommen maken. Dit zijn sommen waarbij de kinderen een soort van piramide moeten invullen.
- Deze sommen zijn sommen die door elk kind met elke cultuur gemaakt kunnen worden. Er is geen sprake van een culturele inslag.
- Het materiaal en de lesinhoud die ik heb gebruikt deze les, komen allemaal uit de methode wis en reken. De auteurs van deze methode hebben aan de namen te zien allemaal een westerse achtergrond. Dit zal dus ook een invloed hebben op het materiaal en de lesinhoud van deze methode en deze les.
- Om eerlijk te zijn pak ik mijn lessen niet multicultureel aan. Ik stond dit semester in een klas waarbij niet echt sprake is van multiculturaliteit. Wanneer ik wel in een klas zo staan met veel verschillende culturen in de klas, zou ik mijn lessen multicultureel aanpakken door bij de rekenlessen gebruik te maken van multiculturele feestdagen die er dan eventueel zijn.
Onderdeel D.
De kinderen die ik rekenzwak vind zijn A. (M), A. (V), Y. en S. Waar deze kinderen nu vooral moeite mee hebben zijn sommen met tijd en verhaaltjessommen. Bij de sommen met tijd zijn de kinderen nu bezig om de digitale tijd op te schrijven. Hier is dus niet echt sprake van een taalprobleem. Dit vinden de kinderen gewoon lastig. Bij de verhaaltjessommen hebben vooral A. (V) en Y. een probleem. Ze vinden het lastig om uit het verhaal de goede som te halen. Dit heeft wel te maken met een taalprobleem.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten